Verordening (EG) nr. 900/2008 van de Commissie van 16 september 2008 tot vaststelling van de analysemethoden en andere bepalingen van technische aard die noodzakelijk zijn voor de toepassing van de invoerregeling voor bepaalde goederen, verkregen door verwerking van landbouwproducten (Gecodificeerde versie)

 
GRATIS UITTREKSEL

L 248/8 Publicatieblad van de Europese Unie 17.9.2008

VERORDENING (EG) Nr. 900/2008 VAN DE COMMISSIE

van 16 september 2008

tot vaststelling van de analysemethoden en andere bepalingen van technische aard die noodzakelijkzijn voor de toepassing van de invoerregeling voor bepaalde goederen, verkregen door verwerkingvan landbouwproducten

(Gecodificeerde versie)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de EuropeseGemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (1), en met nameop artikel 9,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Verordening (EEG) nr. 4154/87 van de Commissie van22 december 1987 tot vaststelling van de analysemethoden en andere bepalingen van technische aard die noodzakelijk zijn voor de toepassing van Verordening (EEG)nr. 3033/80 van de Raad betreffende de handelsregelingdie van toepassing is op bepaalde goederen, verkregendoor verwerking van landbouwproducten (2) is ingrijpendgewijzigd (3). Ter wille van de duidelijkheid en een ratio­nele ordening van de tekst dient tot codificatie van dezeverordening te worden overgegaan.

(2) Om te zorgen voor een uniforme behandeling bij deinvoer in de Gemeenschap van goederen waarop Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad van 6 december1993 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen (4), moeten de analysemethoden en anderebepalingen van technische aard worden vastgesteld, rekening houdend met de wetenschappelijke en technischeontwikkeling.

(3) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in over­eenstemming met het advies van het Comité douanewetboek, afdeling tarief- en statistieknomenclatuur,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Deze verordening stelt de communautaire analysemethoden vastdie noodzakelijk zijn voor de toepassing van Verordening (EG)nr. 3448/93, wat de invoer betreft, en Verordening (EG) nr.1460/96 van de Commissie (5) of, zo deze analysemethodenontbreken, de aard van de te verrichten analytische handelingenof het beginsel van een toe te passen methode.

Artikel 2

Overeenkomstig de in bijlage III bij Verordening (EG) nr.1460/96 opgenomen definities betreffende het zetmeel/glucose­

gehalte en het saccharose/invert-suiker/isoglucosegehalte envoor de toepassing van de bijlagen II en III van genoemde verordening, wordt van de volgende formules, procedures en methoden gebruikgemaakt voor de gehaltes aan zetmeel/glucose enaan saccharose/invertsuiker/isoglucose:

  1. Gehalte aan zetmeel/glucose

    (uitgedrukt als watervrij 100 % zetmeel berekend op degoederen in oorspronkelijke toestand)

    1. (Z - F) × 0,9

      wanneer het glucosegehalte hoger is dan of gelijk is aanhet fructosegehalte,

    2. (Z - G) × 0,9

      wanneer het glucosegehalte lager is dan het fructosegehalte,

      waarin:

      Z = glucosegehalte bepaald met de methode opgenomen inbijlage I bij deze verordening;

      F = fructosegehalte bepaald door HPLC (hogedruk-vloeistofchromatografie)

      G = glucosegehalte bepaald door HPLC.

      Indien bij de toepassing van het bepaalde onder a) de aanwezigheid van een lactosehydrolysaat is aangegeven en/ofbepaalde hoeveelheden lactose en galactose worden aangetoond, wordt, voordat enige andere berekening wordt uitgevoerd, een glucosegehalte (bepaald door HPLC), dat overeenkomt met het galactosegehalte (bepaald door HPLC), op hettotale glucosegehalte (Z) in mindering gebracht.

  2. Gehalte aan saccharose/invertsuiker/isoglucose

    (uitgedrukt als saccharose, op de goederen in ongewijzigdestaat)

    1. S + (2F) × 0,95

      wanneer het glucosegehalte hoger is dan of gelijk is aanhet fructosegehalte,

      (1) PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1.(2) PB L 392 van 31.12.1987, blz. 19.(3) Zie bijlage IV.(4) PB L 318 van 20.12.1993, blz. 18.(5) PB L 187 van 26.7.1996, blz. 18.

      17.9.2008 Publicatieblad van de Europese Unie L 248/9

    2. S + (G + F) × 0,95

      wanneer het glucosegehalte lager is dan het fructosegehalte,

      waarin:

      S = saccharosegehalte bepaald door HPLC

      F = fructosegehalte bepaald door HPLC

      G = glucosegehalte bepaald door HPLC.

      Indien de aanwezigheid van een lactosehydrolysaat is aangegeven en/of hoeveelheden lactose en galactose worden aangetoond, wordt, voordat enige andere berekening wordt uitgevoerd, een glucosegehalte, dat overeenkomt met het galactosegehalte (bepaald door HPLC), op het glucosegehalte (G)in mindering gebracht.

  3. Gehalte aan melkvet

    1. Behoudens het bepaalde onder b), wordt het melkvetgehalte, uitgedrukt in gewichtspercenten, van het productin ongewijzigde staat bepaald door extractie met petroleumether na hydrolyse met chloorwaterstofzuur.

    2. Wanneer in de samenstelling van het product andere vetstoffen naast melkvet zijn aangegeven, is de hierna volgende procedure van toepassing:

    - Het totale vetgehalte, uitgedrukt in gewichtspercenten,van het product in ongewijzigde staat wordt bepaaldovereenkomstig de onder a) omschreven procedure;

    - Het melkvetgehalte wordt bepaald volgens een methode die gebruik maakt van extractie met petroleum­ether, voorafgegaan door hydrolyse met chloorwaterstofzuur en gevolgd door gaschromatografie van demethylesters van de vetzuren. Wanneer de aanwezigheid van melkvet wordt aangetoond, wordt het percentage daarvan berekend door het percentage methylbutyraat met 25 te vermenigvuldigen, de aldusverkregen waarde te vermenigvuldigen met het totalevetgehalte, uitgedrukt in gewichtspercenten van degoederen in oorspronkelijke toestand en deze uitkomst te delen door 100.

  4. Gehalte aan melkproteïnen

    1. Behoudens het bepaalde onder b), wordt het gehalte aanmelkproteïnen van het product in ongewijzigde staat berekend door het stikstofgehalte (bepaald volgens de Kjel­dahl-methode) met een factor 6,38 te vermenigvuldigen.

    2. Wanneer in de samenstelling van het product bestanddelen zijn aangegeven die naast melkproteïnen andere proteïnen bevatten:

    - wordt het gehalte aan stikstof bepaald volgens deKjeldahl-methode;

    - wordt het gehalte aan melkproteïnen berekend volgens de onder a) omschreven methode, door op hettotale gehalte aan stikstof het stikstofgehalte van deproteïnen, andere dan die van melk, in mindering tebrengen.

    Artikel 3

    Voor de toepassing van bijlage I bij Verordening (EG) nr.1460/96 worden de volgende methoden en/of proceduresgevolgd:

  5. Voor de indeling van de producten van de GN-codes0403 10 51 tot en met 0403 10 59, 0403 10 91 tot enmet 0403 10 99, 0403 90 71 tot en met 0403 90 79 en0403 90 91 tot en met 0403 90 99...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT