Richtlijn 97/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de telecommunicatiesector
GRATIS UITTREKSEL
30.1.98NL Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen L 24/1I(Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing)RICHTLIJN 97/66/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAADvan 15 december 1997betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijkelevenssfeer in de telecommunicatiesectorHET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DEEUROPESE UNIE,Gelet op het Verdrag tot oprichting van de EuropeseGemeenschap, inzonderheid op artikel 100 A,Gezien het voorstel van de Commissie (1),Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (2),Volgens de procedure van artikel 189 B van het Ver-drag (3), en gezien de op 6 november 1997 door hetBemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijkeontwerptekst,(1) Overwegende dat uit hoofde van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van24 oktober 1995 betreffende de bescherming vannatuurlijke personen in verband met de verwerkingvan persoonsgegevens en het vrije verkeer van diegegevens (4) de lidstaten de rechten en vrijheden vannatuurlijke personen met betrekking tot de verwer-king van persoonsgegevens moeten beschermen enin het bijzonder de bescherming van de persoonlijkelevenssfeer dienen te waarborgen, teneinde te zorgen voor een vrij verkeer van persoonsgegevens inde Gemeenschap;(2) Overwegende dat het vertrouwelijke karakter vanoproepen wordt gewaarborgd in overeenstemmingmet de internationale instrumenten met betrekkingtot de mensenrechten (met name het EuropeesVerdrag tot bescherming van de rechten van demens en de fundamentele vrijheden) en met degrondwetten van de lidstaten;(1) PB C 200 van 22.7.1994, blz. 4.(2) PB C 159 van 17.6.1991, blz. 38.(3) Advies van het Europees Parlement van 11 maart 1992 (PBC 94 van 13.4.1992, blz. 198), gemeenschappelijk standpuntvan de Raad van 12 september 1996 (PB C 315 van24.10.1996, blz. 30) en besluit van het Europees Parlementvan 16 januari 1997 (PB C 33 van 3.2.1997, blz. 78). Besluitvan het Europees Parlement van 20 november 1997 (PBC 371 van 8.12.1997). Besluit van de Raad van 1 december1997.(4) PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.(3) Overwegende dat thans in de Gemeenschap inopenbare telecommunicatienetwerken nieuwe geavanceerde digitale technologieën worden ingevoerddie met betrekking tot de bescherming van depersoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer vande gebruiker specifieke eisen stellen; dat de ontwikkeling van de informatiemaatschappij wordt gekenmerkt door de invoering van nieuwe telecommunicatiediensten; dat een geslaagde grensoverschrijdende ontwikkeling van die diensten, zoals video opverzoek en interactieve televisie, gedeeltelijk afhangtvan de mate waarin de gebruikers erop vertrouwendat hun persoonlijke levenssfeer geen gevaar loopt;(4) Overwegende dat dit met name betrekking heeft opde invoering van het digitale netwerk voor geïntegreerde diensten (ISDN) en van digitale mobielenetwerken;(5) Overwegende dat de Raad in zijn resolutie van30 juni 1988 inzake de ontwikkeling van degemeenschappelijke markt voor telecommunicatiediensten en -apparatuur tot 1992 (5), erop heeftaangedrongen dat maatregelen worden genomenom de persoonsgegevens te beschermen teneindeeen passende omgeving tot stand te brengen voorde toekomstige ontwikkeling van telecommunicatiein de Gemeenschap; dat de Raad het belang van debescherming van persoonsgegevens en van de persoonlijke levenssfeer opnieuw heeft onderstreept inzijn resolutie van 18 juli 1989 over de versterkingvan de coördinatie van de invoering van het digitaalnetwerk voor geïntegreerde diensten (ISDN) in deEuropese Gemeenschap tot 1992 (6);(6) Overwegende dat het Europees Parlement hetbelang van de bescherming van persoonsgegevensen van de persoonlijke levenssfeer in telecommunicatienetwerken heeft onderstreept, met name tenaanzien van de invoering van het digitaal netwerkvoor geïntegreerde diensten (ISDN);(7) Overwegende dat voor openbare telecommunicatienetwerken specifieke wettelijke, bestuursrechtelijkeen technische bepalingen moeten worden vastge-(5) PB C 257 van 4.10.1988, blz. 1.(6) PB C 196 van 1.8.1989, blz. 4.steld teneinde de fundamentele rechten en vrijhedenvan natuurlijke personen en de rechtmatige belangen van rechtspersonen te beschermen tegen metname het voortdurend groter wordende risico inverband met de geautomatiseerde opslag en verwer-king van persoonsgegevens met betrekking tot deabonnees en de gebruikers;(8) Overwegende dat de door de lidstaten vastgesteldewettelijke, bestuursrechtelijke en technische bepalingen met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens, van de persoonlijke levenssfeer envan de rechtmatige belangen van rechtspersonen inde telecommunicatiesector moeten worden geharmoniseerd teneinde hinderpalen voor de totstandbrenging van de interne telecommunicatiemarkt,overeenkomstig de doelstelling van artikel 7 A vanhet Verdrag, te voorkomen; dat die harmonisatiebeperkt moet blijven tot de eisen die noodzakelijkzijn om ervoor te zorgen dat de bevordering enontwikkeling van nieuwe telecommunicatiedienstenen -netwerken tussen lidstaten niet wordt gehinderd;(9) Overwegende dat de lidstaten, de betrokken verstrekkers en gebruikers alsmede de bevoegde communautaire instanties zouden moeten samenwerkenbij de introductie en ontwikkeling van de technieken waar zulks noodzakelijk is met het oog op dewaarborgen die in de bepalingen van deze richtlijnzijn vervat;(10) Overwegende dat die nieuwe diensten interactievetelevisie en video op verzoek omvatten;(11) Overwegende dat in de telecommunicatiesector, metname voor alle aangelegenheden met betrekking totde bescherming van fundamentele rechten en vrijheden die niet specifiek onder het bepaalde in dezerichtlijn vallen, met inbegrip van de plichten van deverantwoordelijke en de rechten van personen,Richtlijn 95/46/EG van toepassing is; dat Richtlijn95/46/EG geldt voor niet algemeen beschikbaretelecommunicatiediensten;(12) Overwegende dat deze richtlijn, overeenkomstighetgeen in artikel 3 van Richtlijn 95/46/EG isbepaald, niet van toepassing is op vraagstukken metbetrekking tot de bescherming van fundamentelerechten en vrijheden in verband met niet onder hetGemeenschapsrecht vallende activiteiten; dat het detaak van de lidstaten is alle maatregelen te nemendie zij nodig achten voor de openbare veiligheid,defensie, staatsveiligheid (met inbegrip van het economische welzijn van de staat wanneer de activiteitverband houdt met de staatsveiligheid) en de wets-handhaving op strafrechtelijk gebied; dat deze richtlijn geen afbreuk doet aan de mogelijkheid voor delidstaten om voor elk van deze doeleinden opwettelijk toegestane wijze telecommunicatie te inter-cepteren;(13) Overwegende dat de abonnees van een algemeenbeschikbare telecommunicatiedienst zowel natuurlijke als rechtspersonen kunnen zijn; dat met hetbepaalde in deze richtlijn wordt beoogd om dooreen aanvulling van Richtlijn 95/46/EG, de fundamentele rechten van natuurlijke personen, en in hetbijzonder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, en de rechtmatige belangen vanrechtspersonen...
Om verder te lezen
PROBEER HET UIT




