Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid

 
GRATIS UITTREKSEL

I

(Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing)

RICHTLIJN 2000/60/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 23 oktober 2000

tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DEEUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (2),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's (3),

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (4) engezien de gemeenschappelijke tekst die op 18 juli 2000 doorhet Bemiddelingscomité is goedgekeurd,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Water is geen gewone handelswaar, maar een erfgoeddat als zodanig beschermd, verdedigd en behandeldmoet worden.

(2) In de conclusies van het in 1988 te Frankfurt gehoudenministeriële seminar over het waterbeleid van deGemeenschap wordt gewezen op de noodzaak dat decommunautaire wetgeving zich moet uitstrekken totecologische kwaliteit. De Raad heeft de Commissie inzijn resolutie van 28 juni 1988 (5) verzocht voorstellenin te dienen ter verbetering van de ecologische kwaliteitvan de oppervlaktewateren in de Gemeenschap.

(3) In de verklaring van het in 1991 te Den Haag gehoudenministeriële seminar over grondwater werd de noodzaakonderkend van maatregelen die erop gericht zijn eenachteruitgang op lange termijn van kwantiteit en kwaliteit van de zoetwatervoorraden te voorkomen. Voortswerd daarin aangedrongen op een vóór het jaar 2000uit te voeren actieprogramma voor duurzaam beheer enbescherming van de zoetwatervoorraden. De Raad heeftin zijn resoluties van 25 februari 1992 (6) en 20 februari1995 (7) verzocht om de opstelling van een actieprogramma voor grondwater alsmede om herziening vanRichtlijn 80/68/EEG van de Raad van 17 december1979 betreffende de bescherming van het grondwatertegen verontreiniging veroorzaakt door de lozing vanbepaalde gevaarlijke stoffen (8), als onderdeel van eenalgemeen beleid inzake de bescherming van zoet water.

(4) Het water in de Gemeenschap komt onder steeds groteredruk te staan vanwege de voortdurend stijgende vraagnaar voldoende hoeveelheden water van goede kwaliteitvoor allerlei doeleinden. Het Europees Milieuagentschapheeft op 10 november 1995 in zijn verslag over -Environment in the European Union S 1995fl (EuropeesMilieuagentschap, Kopenhagen, 1995) een bijgewerktverslag over de toestand van het milieu ingediend,waarin de noodzaak van maatregelen ter beschermingvan het water in de Gemeenschap in kwalitatief enkwantitatief opzicht wordt bevestigd.

(5) De Raad heeft op 18 december 1995 conclusies aangenomen waarin onder meer wordt verzocht om eennieuwe kaderrichtlijn houdende basisbeginselen vooreen duurzaam waterbeleid in de Europese Unie enwaarin de Commissie wordt verzocht zo'n voorstel in tedienen.

(6) De Commissie heeft op 21 februari 1996 een mededeling aan het Europees Parlement en de Raad inzake hetwaterbeleid van de Europese Gemeenschap aangenomenwaarin de beginselen voor een dergelijk beleid wordenuiteengezet.

(7) De Commissie heeft op 9 september 1996 een voorstelvoor een besluit van het Europees Parlement en de Raad

(1) PB C 184 van 17.6.1997, blz. 20,

PB C 16 van 20.1.1998, blz. 14, enPB C 108 van 7.4.1998, blz. 94.(2) PB C 355 van 21.11.1997, blz. 83.(3) PB C 180 van 11.6.1998, blz. 38.(4) Advies van het Europees Parlement van 11 februari 1999 (PB C

150 van 28.5.1999, blz. 419), bevestigd op 16 september 1999,gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 22 oktober 1999(PB C 343 van 30.11.1999, blz. 1), besluit van het Europees Parlement van 16 februari 2000 (nog niet verschenen in het Publicatieblad), besluit van het Europees Parlement van 7 september 2000en besluit van de Raad van 14 september 2000.(5) PB C 209 van 9.8.1988, blz. 3.

(6) PB C 59 van 6.3.1992, blz. 2.(7) PB C 49 van 28.2.1995, blz. 1.(8) PB L 20 van 26.1.1980, blz. 43. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn

91/692/EEG (PB L 377 van 31.12.1991, blz. 48).

inzake een actieprogramma voor geïntegreerde grondwaterbescherming en geïntegreerd grondwaterbeheer (1)

ingediend. De Commissie heeft in dit voorstel gewezenop de noodzaak om procedures in te stellen voor deregulering van zoetwateronttrekking en voor het toezicht op de kwaliteit en de kwantiteit van zoet water.

(8) De Commissie heeft op 29 mei 1995 een mededelingaan het Europees Parlement en de Raad goedgekeurdover het verstandige gebruik en het behoud van wet-lands, waarin wordt erkend dat wetlands een belangrijkerol spelen voor de bescherming van waterbronnen.

(9) De Gemeenschap dient een geïntegreerd waterbeleid teontwikkelen.

(10) De Raad heeft op 25 juni 1996, het Comité van deRegio's op 19 september 1996, het Economisch en Sociaal Comité op 26 september 1996 en het Europees Parlement op 23 oktober 1996 de Commissie verzocht eenvoorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststellingvan een kader voor een Europees waterbeleid in te dienen.

(11) Zoals in artikel 174 van het Verdrag wordt bepaald,draagt het beleid van de Gemeenschap op milieugebiedbij tot het nastreven van de doelstellingen van behoud,bescherming en verbetering van de kwaliteit van hetmilieu alsmede van een behoedzaam en rationeelgebruik van natuurlijke hulpbronnen. Het berust op hetvoorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrangaan de bron dienen te worden bestreden, en het beginseldat de vervuiler betaalt.

(12) Zoals in artikel 174 van het Verdrag wordt bepaald,houdt de Gemeenschap bij het bepalen van haar beleidop milieugebied rekening met de beschikbare wetenschappelijke en technische gegevens, de milieuomstandigheden in de onderscheiden regio's van de Gemeenschap, de economische en sociale ontwikkeling van deGemeenschap als geheel en de evenwichtige ontwikkeling van haar regio's, alsmede met de voordelen en lasten die kunnen voortvloeien uit optreden, onderscheidenlijk niet-optreden.

(13) In de Gemeenschap bestaan uiteenlopende situaties enbehoeften die een verschillende aanpak vergen. Bij deplanning en uitvoering van maatregelen met het oog opde bescherming en het duurzame gebruik van water inhet stroomgebied moet rekening worden gehouden metdeze diversiteit. Besluiten moeten worden genomen zodicht mogelijk bij de plaats waar het water is aangetastof wordt gebruikt. Voorrang moet worden gegeven aanmaatregelen die onder de verantwoordelijkheid van delidstaten vallen, via de opstelling van aan de regionaleen lokale omstandigheden aangepaste maatregelenprogramma's.

(14) Het welslagen van deze richtlijn is afhankelijk vannauwe samenwerking en samenhangende actie op communautair, nationaal en lokaal niveau, alsmede vanvoorlichting aan, overleg met en betrokkenheid van hetpubliek, inclusief de gebruikers.

(15) Watervoorziening is een dienst van algemeen belang,zoals omschreven in een mededeling van de Commissie,getiteld -Diensten van algemeen belang in Europafl (2).

(16) Er is behoefte aan een verdere integratie van de bescherming en het duurzame beheer van water in andere communautaire beleidsterreinen, zoals het energie-, het vervoer-, het landbouw-, het visserij-, het regionale en hettoeristische beleid. Deze richtlijn biedt een blauwdrukvoor een aanhoudende dialoog en voor de ontwikkelingvan strategieën met het oog op een verdere integratievan beleidsterreinen en kan ook een belangrijke bijdrageleveren aan andere gebieden van samenwerking tussenlidstaten, onder meer aan de -Perspectieven voor deruimtelijke ontwikkeling van de Gemeenschapfl (ESDP).

(17) Een doelmatig en coherent waterbeleid moet oog hebben voor de kwetsbaarheid van aquatische ecosystemenaan de kust en riviermondingen of in een golf of relatiefgesloten zeeën; want hun evenwicht staat in hoge mateonder de invloed van de kwaliteit van het binnenlandsewater dat erin uitmondt. Bescherming van de toestandvan het water binnen stroomgebieden is economischgesproken rendabel, want zij komt ten goede aan hetvisbestand, met inbegrip van het visbestand aan de kustlijn.

(18) Voor een communautair waterbeleid is een transparant,doeltreffend en samenhangend wetgevend kader vereist.De Gemeenschap dient te zorgen voor gemeenschappelijke beginselen en voor het algemene kader van demaatregelen. Deze richtlijn voorziet in een dergelijkkader en zal zorgen voor het coördineren, integreren enhet op langere termijn verder ontwikkelen van de algemene beginselen en structuren met het oog op debescherming en het duurzame gebruik van water in deGemeenschap overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel.

(19) Met deze richtlijn wordt beoogd het aquatische milieuin de Gemeenschap in stand te houden en te verbeteren.Deze doelstelling betreft in de eerste plaats de kwaliteitvan de betrokken wateren. Beheersing van de beschik-bare hoeveelheid is een bijkomend element bij hetgaranderen van een goede waterkwaliteit en derhalvedienen ook maatregelen betreffende de kwantitatieveaspecten te worden getroffen met het oog op de doelstelling om een goede waterkwaliteit te waarborgen.

(1) PB C 355 van 25.11.1996, blz. 1. (2) PB C 281 van 26.9.1996, blz. 3.

(20) De kwantitatieve toestand van een grondwaterlichaamkan van invloed zijn op de ecologische kwaliteit van deoppervlaktewateren en de bij dat grondwaterlichaambehorende terrestrische ecosystemen.

(21) De Gemeenschap en de lidstaten zijn partij bij diverseinternationale overeenkomsten die belangrijke verplichtingen inzake de bescherming van mariene waterentegen verontreiniging inhouden, in het bijzonder hetVerdrag ter bescherming van het mariene milieu in hetOostzeegebied, ondertekend te Helsinki op 9 april 1992en goedgekeurd bij Besluit 94/157/EG (1), het Verdraginzake de bescherming van het mariene milieu in hetnoordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, ondertekend te Parijs op 22 september 1992 en goedgekeurdbij Besluit 98/249/EG van de Raad (2), alsmede het Ver-drag inzake de bescherming van de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT