Richtlijn 2009/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake luchthavengelden (1)
14.3.2009 Publicatieblad van de Europese Unie L 70/11
RICHTLIJNEN
RICHTLIJN 2009/12/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 11 maart 2009
inzake luchthavengelden
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 80, lid 2,
Gelet op het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Gezien het advies van het Comité van de Regio's (2),
Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (3),
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De belangrijkste functie en commerciële activiteit van luchthavens is het waarborgen van het afhandelen van luchtvaartuigen, van landing tot start, en van passagiers en vracht, teneinde luchtvervoerders in staat te stellen hun luchtvervoersdiensten aan te bieden. Met het oog hierop stellen luchthavens een aantal faciliteiten en diensten ter beschikking die verband houden met de inzet van luchtvaartuigen en de verwerking van passagiers en vracht; gewoonlijk dekken zij de kosten daarvan door het heffen van luchthavengelden. Luchthavenbeheerders die faciliteiten en diensten ter beschikking stellen waarvoor luchthavengelden worden geïnd, moeten ernaar streven op een kostenefficiënte basis te functioneren.
(2) Er moet een gemeenschappelijk kader worden vastgesteld voor het reguleren van de essentiële kenmerken van luchthavengelden en de manier waarop ze worden vastgesteld, omdat anders het risico bestaat dat de basisvereisten in de relatie tussen de luchthavenbeheerders en de luchthavengebruikers niet in acht worden genomen. Dit kader laat onverlet dat een lidstaat kan bepalen of en in welke mate bij de vaststelling van de luchthavengelden de inkomsten uit commerciële activiteiten van een luchthaven in aanmerking worden genomen.
(3) Deze richtlijn moet gelden voor op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigde luchthavens boven een bepaalde omvang aangezien er geen behoefte is aan een communautair kader voor het beheer en de financiering van kleine luchthavens.
(4) Bovendien neemt in een lidstaat waar geen enkele luchthaven de minimale omvang voor de toepassing van deze richtlijn bereikt, de luchthaven met de meeste passagiersbewegingen een zodanig bevoorrechte positie als toegangspoort tot deze lidstaat in dat het noodzakelijk is de onderhavige richtlijn op deze luchthaven toe te passen ter waarborging van de eerbiediging van bepaalde basisbeginselen in de betrekkingen tussen de luchthavenbeheerder en de gebruikers van de luchthaven, vooral ten aanzien van de transparantie van de luchthavengelden en het achterwege laten van discriminatie tussen de luchthavengebruikers.
(5) Teneinde de territoriale samenhang te bevorderen, moeten de lidstaten een gemeenschappelijk systeem van luchthavengelden op een luchthavennetwerk kunnen toepassen. Bij financiële overdrachten tussen de luchthavens in dergelijke netwerken moet het Gemeenschapsrecht worden nageleefd.
(6) Om redenen van verkeersverdeling moeten de lidstaten een luchthavenbeheerder toestemming kunnen verlenen om voor luchthavens die de luchtverbindingen van dezelfde stad of agglomeratie verzorgen een gemeenschappelijk en transparant systeem voor het heffen van luchthavengelden toe te passen. Bij financiële overdrachten tussen deze luchthavens moet het desbetreffende Gemeenschapsrecht worden nageleefd.
(7) Maatregelen om het openen van nieuwe routes te stimuleren, onder andere om daardoor de ontwikkeling van geografisch benadeelde en ultraperifere gebieden te bevorderen, mogen alleen overeenkomstig het Gemeenschapsrecht worden toegepast.
(1) PB C 10 van 15.1.2008, blz. 35.
(2) PB C 305 van 15.12.2007, blz. 11.
(3) Advies van het Europees Parlement van 15 januari 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). Gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 23 juni 2008 (PB C 254 E van 7.10.2008, blz. 18) en standpunt van het Europees Parlement van 23 oktober 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). Besluit van de Raad van 19 februari 2009.
L 70/12 Publicatieblad van de Europese Unie 14.3.2009
(8) Het innen van heffingen voor het aanbieden van luchtvaartnavigatiediensten en grondafhandelingsdiensten is reeds geregeld in Verordening (EG) nr. 1794/2006 van de Commissie van 6 december 2006 tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten (1), respectievelijk Richtlijn 96/67/EG van de Raad van 15 oktober 1996 betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap (2). De heffingen die worden geïnd voor de financiering van de bijstand aan gehandicapte personen en personen met beperkte mobiliteit vallen onder Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen (3).
(9) In 2004 heeft de Raad van de Internationale Burgerluchtorganisatie (ICAO-raad) beleid over luchthavengelden aangenomen dat, onder meer, de beginselen van kostengerelateerdheid van luchthavengelden, non-discriminatie en een onafhankelijk mechanisme voor de economische regulering van luchthavens omvat.
(10) Volgens de ICAO-raad vormen luchthavengelden heffingen die specifiek zijn ingesteld en worden toegepast om de kosten te dekken van de verlening van faciliteiten en diensten voor de burgerluchtvaart, terwijl een belasting een heffing is die is bestemd om nationale of lokale overheidsinkomsten te genereren en die in het algemeen niet wordt toegepast op de burgerluchtvaart in haar geheel of op een kostenspecifieke basis.
(11) De luchthavengelden mogen niet discriminerend werken. Er moet een verplichte procedure voor regelmatige consultatie tussen de luchthavenbeheerders en de luchthavengebruikers worden opgesteld, waarbij elke partij de mogelijkheid krijgt een beroep te doen op een onafhankelijke toezichthoudende autoriteit als een besluit over luchthavengelden of de wijziging van het systeem van luchthavengelden door de luchthavengebruikers in vraag wordt gesteld.
(12) In elke lidstaat moet een onafhankelijke toezichthoudende autoriteit worden opgericht om de onpartijdigheid van beslissingen en de juiste en doeltreffende toepassing van deze richtlijn te garanderen. De autoriteit moet over de nodige middelen (personeel, deskundigheid en financiële middelen) beschikken om zijn taken te kunnen uitvoeren.
(13) Het is van essentieel belang dat de luchthavengebruikers regelmatig door de luchthavenbeheerder worden geïnformeerd over de wijze en de basis waarop de luchthavengelden worden berekend. Die...
Om verder te lezen
PROBEER HET UIT




